Beroepen

Bijna allemaal beroepen in Leersum en Darthuizen rond 1800 hebben te maken met de eerste levensvoorwaarden als voedsel, kleding en huisvesting. Leersum had geen winkelcentrum zo als we dat nu kennen. De ‘winkels’ stonden verspreid in het gebied wat we nu Leersum-Zuid noemen. Verder kon men nog meel kopen bij de molenaar aan de Bremweg en iets verder aan deze zelfde weg was nog een winkel in ‘de Verezijk’.

G. Versteegh 4) heeft in zijn boek ‘Leersum in de loop der tijden’ overzichten opgenomen van de beroepsbevolking. Voor Leersum geeft hij het bevolkingsregister van 1822 aan als bron. Voor Darthuizen heeft hij de registers (geboorte, huwelijk en overlijden) geraadpleegd die strekken van 1817 tot 1857. Voegen we hier de gegevens bij van de beroepen van de eigenaren van grond en huizen uit de OAT’s, die horen bij de Minuutplans 51), dan is er een globaal overzicht te maken van de beroepsbevolking uit die tijd. Het is goed te bedenken dat het hier om een overzicht gaat van de beroepsbevolking van ruim 200 jaar geleden. Men was meer zelfredzaam dan in de huidige tijd.

Voeding en huisraad
Voor voeding en snuisterijen kan men in Darthuizen terecht bij de winkel in de Verezijk en voor meel bij de graanmolen Oog in’t zeil. In Leersum zijn er 2 bakkers en 2 winkeliers. Dan is er in archiefstukken ook nog sprake van 2 loonslachters.

Uit de archieven
•11-8-1795 Bakkers Tijmen van Alewijk en Jan van Vossestein. NT00035_1_2
•13-1-1806 De twee bakkers zijn Tijmen van Alewijk en Willem van Groeneveld. En de twee loonslagters zijn Cornelis Overeem en zijn zoon Willem Overeem. NT00035_1_2
•24-3-1806 Jan Tijmense van Ree als roggebroodbakker de eed afgelegd. NT00035_1_2
•1-2-1808 Cornelis van Garderen als roggebroodbakker de eed afgelegd. En Jannigje Janse van Appeldoorn als herbergierster. NT00035_1_2

Kleding en schoeisel
Kleding maakt en verstelt men zelf. Moest het iets bijzonders zijn, dan kan men in Leersum te rade gaan bij 4 kleermakers.
Wat schoeisel betreft zijn er in Leersum 2 schoenmakers en 1 klompenmaker. In Darthuizen is er een schoenmaker en een klompenmaker. De wol, afkomstig van de vele schapen, wordt bewerkt door een wolkammer en 2 spinsters. Waarschijnlijk nemen de mensen deze half-producten af voor het breien van truien, sokken en ondergoed.

Bouwen, timmeren en smeden
Wilde je een huis laten bouwen of een kast laten timmeren, dan wonen er in Leersum een metselaar, een huisschilder, een rietdekker, een stratenmaker en 2 timmerlui met 1 knecht. In Darthuizen is er 1 timmerman met knecht en een huisschilder. Naast deze ambachtslieden zijn er in Leersum 2 smeden, een wagenmaker en 1 kuiper werkzaam.

Landbouw
Een groot deel van de bevolking van Leersum en Darthuizen is werkzaam in de landbouw.
In Leersum hebben ±25 bewoners in 1822 aangegeven dat ze bouwman zijn. Praktisch alle boeren zijn zelfstandig met eigen grond. In het bevolkingsregister van 1822 zijn 49 personen vermeld als dagloner. In Darthuizen behoort het landbouwareaal overwegend toe aan de grootgrondbezitters. Deze gronden worden verpacht aan ongeveer 13 boeren. Tussen 1817 en 1857 worden er 49 personen vermeld als dagloner. Een dagloner kan een knecht zijn van een boer, maar hij kan zich ook als zelfstandige laten inhuren b.v. als maaier met de zeis.

Ontspanning
Heb je net je loon ontvangen en ben je moe van een week hard werken op het veld, dan kan je ontspannen in de herberg. In Leersum kan dat bij ‘King William’ of in de boerderij van Dorrestijn er schuin tegenover. Twee personen staan als tapper geregistreerd in het Bevolkingsarchief 1822. In Darthuizen kan men terecht bij het Rechthuis en Betjes Keuken.
•1-2-1808 Jannigje Janse van Appeldoorn de eed afgelegd als herbergierster. NT00035_1_2

Overige beroepen of functies
Tolgaarder
Jager
Medisch arts
Schaapherder
Baggeraar
Tabaksplanter
Koopman
•1-5-1794 Pieter van Brummelen is aangesteld tot onderschout, bode, koster, voorzanger. Hij wordt ook schoolmeester en groefbidder. NT00035_1_2

Wordt vervolgd