Buurtweg.

De Buurtweg begint in het westen bij de gemeentegrens van Doorn. Eerst passeren we wat kleine boerderijtjes en dan komt rechts de toegangsweg naar de De Grote Katwinkel. Uiteindelijk komt de Buurtweg uit op de Zandweg.

buurtwegdarthuyzertiend

Al in 1755 63) staan er huizen aan de Buurtweg ingetekend. De nummers corresponderen met de kaartje op deze pagina. Tot 1824 lijkt er weinig veranderd.

buurtwegnoordhuizenriot1Betjes Keuken
Kaartnr: 50
Buurtweg 30

In 1824 is Wouter Hendrik van Nellesteyn, de bewoner van kasteel Broekhuizen, eigenaar van dit huis. In 1835 verkoopt hij het aan Hendrik van Nes, wonende te Doorn. Deze verkoopt de boerderij in 1858 aan Cornelis van den Broek, eveneens wonende te Doorn.
In 1872 komt het in handen van Pieter Doornenbal. Vanaf waarschijnlijk 1880 wordt het verhuurd aan zijn oudste zoon Johannes 1, 3). Het huis is herbouwd.

 

LodewijkNapoleonBetjes keuken heeft een bijzondere geschiedenis zoals beschreven is in het boek ‘In een lieflijk landschap’ van E.J.Demoed. Tussen 1795 en 1813 was ons land door de Franse troepen bezet.
Op 5 juni 1806 stelde Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk, zijn broer Lodewijk Napoleon aan als koning van Holland.
In die jaren was het in onze, toen al oude boerderij, mogelijk iets te eten of te drinken.
Je zou het een soort herberg kunnen noemen. Koning Lodewijk Napoleon kwam in die tijd hier ook eens binnen met zijn gevolg, waartoe ook zijn huishoudster behoorde, waarschijnlijk zijn kokkin. Zij waren allen te paard en bezochten graag de boerderij, omdat ze daar hun paarden konden vastzetten en ze ook van water en eventueel hooi konden worden voorzien. Waarschijnlijk uit veiligheidsoverwegingen moest de huishoudster/kokkin hier in de keuken het één en ander gereedmaken voor koning Lodewijk Napoleon en zijn medereizigers. Het bleek dat de huishoudster/kokkin Betje heette en vanaf die tijd noemde men de boerderij ‘Betjes Keuken’ 2).

Betjes keuken en zijn (latere) bewoners
In HoetWas, het kwartaalblad van de Historische Vereniging, staat het allemaal wat uitgebreider beschreven.
Van deze waarschijnlijk in de zeventiende of achttiende eeuw gebouwde boerderij zijn twee verkoopakten van resp. 1 december 1858 en 19 augustus 1872 en ook twee akten van scheiding van 27 maart 1889 en 3 juli 1895 in mijn bezit. Dit is te danken aan mijn Opoe Doornenbal-Brouwer (1860-1933), die deze bescheiden destijds goed heeft opgeborgen in haar kabinet, een mooie, grote opbergkast. Na het overlijden van Opoe, toen alleen mijn vrijgezelle tantes Betje (1891-1978) en Pietje (1902-1987) in Betjes Keuken woonden, was het tante Betje Doornenbal die het kabinet beheerde. En zij droeg niet alleen de sleutels van het kabinet, maar ook die van het hele huis bij zich in een zak van haar onderrok..
BetjesKeuken1946Zij was het ook die in huis de scepter zwaaide, want zij was de oudste en alle jongeren moesten haar gehoorzamen. Zij zat in de woonkamer altijd aan tafel op de plaats waar Opoe vroeger ook altijd zat, met achter haar de grote Friese staartklok met gewichten. Behalve, bijvoorbeeld, op haar verjaardag, als haar broer oom Gijs Doornenbal (1883-1978) er was: dan zat deze op die plaats, want hij was dan de oudste in de kamer. De oudste vermelding is te vinden in een akte, waar Wouter Hendrik van Nellesteyn, heer van Broekhuizen en Darthuizen, een deel van zijn goed verkoopt. Hieronder vallen twee boerderijen met bijbehorende opstallen en land, globaal vanaf de Rijksstraatweg tot aan de Gooyerdijk. Eén van de boerderijen heet Betjes Keuken. Nu even terug naar de verkoopakten en de akten van scheiding, die ik in 1976, als stamhouder en naamgenoot van opa Johannes Doornenbal (1854-1932), heb gekregen van tante Pietje en die ik sindsdien ook goed heb bewaard. In de akte van 1 december 1858 wordt beschreven dat Hendrik van Nes, wonende te Doorn, de boerderij Betjes Keuken verkoopt aan Cornelis van den Broek, eveneens wonende te Doorn. In de akte van 19 augustus 1872 is vastgelegd dat de weduwe van Cornelis van den Broek, Willemijntje Lokhorst te Leersum, met nog vier personen verklaarde de boerderij Betjes Keuken te hebben verkocht en mitsdien af te staan en over te dragen aan Pieter Doornenbal Johanneszoon (1825-1894), landbouwer onder Leersum. Zo kwam Betjes Keuken in bezit van de familie Doornenbal. Mijn overgrootvader Pieter Doornenbal Johsz. kocht de boerderij en opcenten tezamen honderd vijf en opcenten tezamen honderd vijf en zestig gulden en zestig cent. In de akte lezen we hierover: ‘Een huis met erf, boomgaard en bouwland, zijnde alles tiendvrij, met de helft van de Hoolweg (nu Buurtweg), voor zoover dit perceel strekt en de beplanting daarop aanwezig, groot een hectare, drie en zeventig aren en zestig centiaren, staande en gelegen te Darthuizen […]

Vervolgens blijkt o.a. uit de akte van scheiding d.d. 27 maart 1889, dat Pieter Doornenbal Johsz. al enige jaren in Doorn woont en reeds vanaf 26 augustus 1864 weduwnaar is van Elisabeth van Ettikhoven (1828-1864). Hun oudste kind Johannes Doornenbal (mijn grootvader) woont intussen al jaren, zo blijkt, in Betjes Keuken te Darthuizen, die hij huurt van zijn vader voor 80 gulden per jaar. Zeer waarschijnlijk is Opa daar gaan wonen toen hij op 6 november 1880 trouwde met Cornelia Brouwer uit Veenendaal, alwaar zij is geboren op 10 juli 1860. Zij kregen in Betjes Keuken 13 kinderen – zes jongens en zeven meisjes. De oudste, uiteraard een Pieter, geboren op 13 maart 1881, is echter al op 22 oktober 1900, slechts 19 jaar oud, aan de Spaanse griep overleden en begraven op wat toen de Darthuizerbegraafplaats was: bij de tombe van Nellesteyn op de Donderberg. Verder zijn drie meisjes op zeer jonge leeftijd overleden.
Zo behield men uiteindelijk nog vijf jongens en vier meisjes. Mijn vader, geboren 30-03-1903, was de jongste. Hij werd genoemd naar zijn overleden oudste broer Pieter, zodat de om en om repeterende stamnamen Johannes en Pieter in onze tak van de familie toch vervolg konden vinden. Daarom heet ik, als oudste en zoon van Pieter Doornenbal (1903-1964) en Elisabeth Adriana Roubos (1 905- 1 993), uiteraard Johannes. Ik ben op 19 juli 1928 geboren in de woning Darthuizen C 57a (nu Buurtweg 22), die mijn vader als aannemer zelf heeft gebouwd op een stuk grond in de noordwesthoek van het perceel behorende bij Betjes Keuken, dat hij van zijn ouders had gekocht 3).

buurtwegnoordhuizenriot1Huis en plaats
Kaartnr: 52.
Buurtweg 32
In 1824 was dit huis in eigendom van de weduwe Gijsbert van Lagerweij.

Huis en plaats
Kaartnr: 60
Buurtweg bij huisnr. 32
In 1824 was dit huis in eigendom van Gerrit Veenhof, van beroep arbeider.

Van deze 2 huizen weinig meer bekend dan dat er 2 ‘nieuwe’ huizen staan.

 

buurtwegdarthuyzertiendOp de kaart van 1775 63) is te zien dat de gebouwen van de Grote Katwinkel (kaartnr. 77 etc) praktisch hetzelfde zijn als op de kaart van 1825 hieronder 50) .

buurtwegzuidhuizenriot
Huis en plaats
Kaartnr. 66
Buurtweg bij huisnr. 42
Dit huis is van na 1755. Het is afgebroken tussen 1830 en 1875 52).
In 1824 was Jan van Woudenberg, van beroep bouwman, de eigenaar 50).
Terwijl veel wegen in Leersum tot in de vijftiger jaren van de 20e eeuw nog onverhard waren, was de verbinding van de Rijksstraatweg naar de Grote Katwinkel, op de kaart van 1890 52) al aangegeven als half verhard.


De Grote Katwinkel, huis schuur en plaats

Kaartnr: 72, 75, 76, 77, 78, 79, 80, 336, 340
Buurtweg 38
De Grote Katwinkel is een boerderij met een lange en bewogen geschiedenis wat zich laat lezen als een streekroman met intriges en een brand die alles in de as legde.
E.J.Demoed heeft dat mooi beschreven in zijn boek ‘In een lieflijk landschap’.
Even verder voert een zandpad (rechts) naar boerderij de Grote Katwinkel. De huidige boerderij is blijkens een sluitsteen boven de deeldeuren in oktober 1907 gebouwd. In augustus daarvóór was namelijk de oude boerderij afgebrand, waarna het tegenwoordige gebouw is gesticht. Merkwaardig is, dat rond de boerderij veel steenpuin in de grond wordt aangetroffen, dat kan duiden op een vroegere, omvangrijke bebouwing. De naam “Katwinckel” wordt voor het eerst genoemd omstreeks 1370, toen Willem Suermondt van Hinderstein, “dat bosch, dat geheyten is Catwynckel, also dat gelegen is tot Darthesen”, in leen had. Uit deze aanduiding blijkt bovendien de middeleeuwse bosrijkdom van Darthuizen. Het goed kwam in 1408 aan Amelis Uutten Engh, heer van Amelisweerd en eigenaar van kasteel Zuilenburg te Overlangbroek, die er Jacob Pauw mee beleende.
Het bleef in deze familie totdat erfdochter Ermgard dit in 1532 overdeed aan Dirk Snoy.
In de zeventiende eeuw bleek A. van Offenbergh, schout van Doorn, eigenaar te zijn en in 1712 kwam het aan Willem Rutten. Deze verkocht het goed omstreeks 1730 aan landbouwer H.W. Lokhorst. Deze familie heeft hier ruim een eeuw gewoond. De tot deze hofstede behorende gronden (overwegend bouwland) strekten zich uit tot de Gooyerwetering en besloegen een oppervlakte van zesenveertig morgen. Uit het bezit van de familie Lokhorst kwam het goed in 1840 aan Antonie van Cooten uit Cothen, dit ten behoeve van één zijner zoons. Het bleef toen vele jaren in het bezit van deze familie, totdat het in 1913 op een publieke veiling in percelen werd verkocht, waarna landbouwer A. Hoogendoorn de boerderij kocht. Thans bewoont diens oudste zoon de boerderij. Tot de verkoop behoorden in 1913 nog enkele met name genoemde landerijen, zoals de Kievietsweide, de Molenkamp en de Boskamp.

HTW_F004_GroteKatwinkel
Foto uit HoetWas

Uit bovenstaande tekst van E.J.Demoed en de stamboom van de familie Lokhorst zou een lijst met eigenaren van de Grote Katwinkel er zo uit kunnen zien.
1370: Willem Suermondt van Hinderstein (in leen)
1408: Amelis Uutten Engh, heer van Amelisweerd en eigenaar van kasteel Zuilenburg
___: Jacob Pawe (Pauw), in leen
1532: Dirk Snoy
17e eeuw: A. van Offenbergh, schout van Doorn
1712: Willem Rutger van Lokhorst (±1655-1712)
___: Helmert Willems van Lokhorst (pacht van zijn vader Willem Rutger van Lokhorst)
1729: Hendrik Willems van Lokhorst (1690-1749) ruilde met zijn broer Helmert.
1730: Hendrik Willems van Lokhorst koopt de Grote Katwinkel
Op de kaart van de Darthuizer Tienden 1755 63) staat vermeld dat de weduwe en de kinderen van Hendrik Willemß Lokhorst geen Tiende hoeven af te dragen aan het Dom Kapittel en dus eigenaar zijn.
Daarna neemt de zoon van Hendrik Willems, Willem Hendriks (1731-1784), de boerderij over. Hij wordt weer opgevolgd door zijn zoon nl. Hendrik Willems (1757-1843).
Maar in de tussentijd pacht een zoon, Gerrit Lokhorst, in 1809 de boerderij van zijun moeder Cornelia van Broekhuijsen, voor 6 jaren.
1838: Antony van Cooten (1791-1857)
Zijn zoon Antonie (1843-1911) neemt de boerderij over
1907 Brand
1913: Abraham Hoogendoorn

De Grote Katwinkel  en zijn (latere) bewoners (1)
De boerderij was dus al enkele geslachten in het bezit van de familie Lokhorst. Dan komt het in 1838 in handen van Anthony van Cooten, die trouwde  in 1842 met een dochter, Wilhelmina, van de familie Lokhorst. Hoe kon het dat hij opeens zoveel geld had? Daarover gaat het volgende verhaal.
Hij had de bijnaam Toon de Hoed, daar hij volgens overlevering in 1812 bij de aftocht der Franse troepen van Napoleon op de Oude Postweg achter Aardenburg te Doorn die daar een fouragerwagen hadden moeten achterlaten, een hoeveelheid goudstukken heeft meegenomen en bij gebrek aan een zak zijn hoed volstopte. Mogelijk dat daar de Catwinckel mee gekocht is. Hij vestigde zich aldaar met zijn Willempje, terwijl zijn schoonouders in het bakhuis konden gaan wonen. Een en ander lijkt de onderlinge verstandhouding niet ten goede te zijn gekomen.
Die twee, Anthonie en Willempje, waren trouwens wel aan elkaar gewaagd, want hij stond bekend als ‘een zure man die met niemand in de buurt kon opschieten’ en zij was ‘groot en dik’, een echt Lokhorst-type en niet gemakkelijk.’ Hun zoon Anthonie moet nog met zijn tiende jaar in de rokken gelopen hebben. Moeders commentaar: Ze zijn nog lang niet versleten en ik heb er nog nieuwe mouwen aangezet 3).

De Grote Katwinkel  en zijn (latere) bewoners (2)
Een interessant voorbeeld van toezicht door een kind, troffen wij aan in een notitie uit het
archief van de familie Van Cooten, dat in bezit is van G.J.F. van Cooten te Leersum.
In die notitie wordt een zekere Frans Legemaat geciteerd. Daarin vertelt hij in 1935 dat hij, als kleine jongen, de koeien van zijn vader moest weiden en naar huis mocht gaan als zij gingen liggen. Toen er een paar lagen ging hij naar huis. Later op den dag waren de koeien weg en zaten op Catwinckel in het schuthok en kon hij ze niet terug krijgen. Zijn vader ging toen mee en kon ze los te praten zonder dat het geld kostte.