Molenweg.

Vanaf de Bremweg lopen we de Molenweg in. Links staat de molen Oog in’t zeil.

molenweghuizenriot
F071_Molen1Oog in’t zeil, graanmolen
Kaartnr: –
Voor Molenweg huisnr. 1
In 1532 werd op deze locatie een molen gebouwd. Het bouwcontract is aanwezig in het familiearchief van kasteel Zuylenstein. (bron: de Molendatabase)
In een beschrijving over de inkomsten van Leersum in 1632, inzake betaling voor windrecht, noemden we reeds deze molen. De naam er van was ,’Oog in ‘t Zijl’. In 1632 was Cornelis Ryksz Tol de molenaar. Rond 1800 was het Bakker en daarna drie generaties van Vulpen. In 1822 wordt van Vulpen genoemd als molenaar.
De molen in 1927. collectie het Utrechts Archief

Het was een z.g.n. standaardmolen. Het eigendom was de laatste eeuw bij de heer van Broekhuizen 4). De molen werd op 28 december 1954 door een zware storm vernield. Door achterstallig onderhoud waren de lippen van de standerd afgerot en gebroken, waardoor de molen over zijn zetel kieperde. De kruisplaten waren nog redelijk goed. Op dat moment was de eigenaresse van de molen mevrouw L.H. Stratenus, geboren Pauw van Wieldrecht. De voormalige molenaarswoning is nog het enige wat ter plekke aan de molen herinnert. Behalve de restanten van de grote balken zijn ook de halssteen en de ijzeren hoep bewaard gebleven. (bron: de Molendatabase)
In 1824 was Wouter Hendrik van Nellesteyn de eigenaar 50). Vanaf 1978 werkte de Stichting Oud-Leersum intensief aan een plan tot restauratie van de standerdmolen van Darthuizen, helaas zonder succes.

De molen en zijn (latere) bewoners (1)
Wij hebben ook gehoord, dat een molenaar uit het nabije Leersum, Van Vulpen, een stukje heide hier bezat, dat hem op deze manier in handen was gespeeld. Hij bezat vele klanten die soms hoge schulden bij hem maakten. Een van deze schuldenmakers bezat een stukje heide gelegen in de gedeelde Maarsbergse heide. Zij kwamen met het ruilen overeen, dat de schuld vereffend was als de molenaar eigenaar werd van dit stukje heidegrond 7).

f052_darthuizerlaantje2riot
Het Darthuizerlaantje, het pad naar de molen. collectie Hans van Brenk

De molen en zijn (latere) bewoners (2)
Het kon zo gebeuren dat er flink wind was en de wieken er lustig op los draaiden, dat men er toevallig aan werd herinnerd dat het weer tijd was om het haar te laten knippen en wat dat betreft was de molenaar voor de jongens de gratis barbier.
Zo klom je dan de vele traptreden op tot waar de molenaar het juist erg druk had, omdat de wind zo hard blies. Dan was het zo gezellig daar boven in die molen; dan schudde alles om je heen en de grote houten raderen draaiden en knarsten en op de houten wanden zag je verschillende vliegtuigen afgebeeld, met mensen die je toezwaaiden. Vliegen konden de mensen, hoog boven de bomen en ook waren daar Hollanders bij.
f072_molen2Zo zat je dan daar op een stoel zonder leuning te kijken en dan kwam de molenaar telkens even een haal doen, tot dat alles er kaal af was. Dan moest je vertrekken; ‘t Hoofd koud en kriebelig in de nek, maar wat gaf dat? ‘t kostte toch niets?
En het was er weer  zo gezellig. De oude molenaar was een kindervriend, dat voelden de kinderen bij intuïtie aan.
Als  je in de herfst, als de appels en pruimen rijp werden, per ongeluk met je tol in zijn boomgaardje terecht kwam, dan liep dat altijd goed af. Molenaar, noch een der zoons of dochters bemerkten dan dat je zo ijverig naar je tol zocht en kwamen ze in de omgeving, dan keken ze toch toevallig de andere kant uit. Als het kermis was dan moesten de kinderen bij hem komen, dat sprak hij reeds vroegtijdig af. Dan trakteerde hij elk kind uit de buurt met enige centen om kermis te houden. Maar als de kermis achter de rug was, moest je niet langs de molen gaan, want dan zag hij je juist wel en dan wilde hij een koek hebben, waarvoor hij geld had meegegeven, redeneerde hij dan.
De kinderen moesten ook weer niet te vrij tegenover hem worden. 
Geleidelijk kwamen de wind-korenmolens in onbruik, wat tot gevolg had dat het onderhoud verminderde.
De molenaar verdween, geen oog werd meer in ‘t zijl gehouden, geen nodige restauraties werden meer verricht, treurig stond het nog enige tientallen jaren te kijken, maar in ‘t midden van deze eeuw, met een storm, beleefde hij zijn einde 4).

Molenaarswoning, huis en plaats
Kaartnr: 91, 92
Molenweg 1

UHA11180
De molenaarswoning, de molen en de mechanische maalderij.
collectie Het Utrechts Archief.

Het oorspronkelijke huis komt uit de 2e helft 19e eeuw. Het betrof hier een langhuisboerderij. De schuur is afgebroken tussen 1925 en 1930 52). Het huis is afgebroken en weer in stijl herbouwd. In 1824 was Wouter Hendrik van Nellesteyn de eigenaar 50).
In 1897 verkocht Cornelis Jan van Nellesteyn het aan de echtgenote van M.I. ridder Pauw van Wieldrecht en is thans in bezit van de erfgenamen. (De vraag is of dit klopt, daar niet Cornelis Jan de eigenaar was, maar zijn zoon Wouter Hendrik. Inmiddels is het huis weer in andere handen).

Bijzonderheden:
•8-12-1729 Elis Tonissen, Aart Tonissen, Cornelis Tonissen en Jan Tonissen van Ginkel, Annigje Tonissen van Ginkel wed Abraham van Hees, Wouter van Soest x Grietje Tonissen van Ginkel, mitsgaders Jan Reijniers van Ginkel en Neeltje Reijniers van Ginkel, kinderen van Reijnier Tonissen van Ginkel en ook voor Teuntje Tonissen van Ginkel, kinderen en kleinkinderen en erfgenamen van Tonis Elissen van Ginkel, molenaar te Darthuizen, verklaren dat Tonis Elissen van Ginkel is overleden, nalatende op de last van een legaat tbv zijn oudste zoon de eerste comparant van 300 gl. Zij willen nu boedelscheiding houden. Elis Tonissen zal de hele boedel houden bestaande inde moolen huijsinge erve en landt met peert en kar en verder al den huijsraadt gereetschap en inboedel staande te Darthuizen, zoals hij het al gebruikt. Hij zal aan de anderen ieder 100 gl uitkeren. [2480, 2489]

f002_molenaarshuis1riotDe oorspronkelijke molenaarswoning voor de herbouw. collectie Hans van Brenk

molenweghuizenriot

Huis
Kaartnr: 82
Molenweg bij huisnr. 3
Het huis is afgebroken tussen 1830 en 1875 52). In 1824 was Cornelis Jan van Nellesteyn de eigenaar 50).

Huis
Kaartnr: 81
Molenweg naast huisnr. 2
Het huis is afgebroken na 1950 52). In 1824 was Cornelis Jan van Nellesteyn de eigenaar 50).