Nellesteyn, C.J. van

Cornelis Jan van Nellesteyn is kanunnik van Oudmunster, regent van Bartolomeigasthuis en Leeuwenburggasthuis. Verder is hij Heer van Broekhuizen, Darthuizen en Domselaar. Link Parlement
Hij is geboren op 12 januari 1759 te Utrecht als zoon van Wouter Hendrik van Nellesteyn en Everarda Hillegonda de Beer, hij is enig kind. Op 28 augustus 1832 overlijdt hij te Leersum.

Op oktober 1778 huwt hij te Utrecht met Cornelia Adriana Maria van Bronckhorst
Ze is geboren op 4 augustus 1756 te Utrecht als dochter van Adriaan van Bronkhorst en Meinarda Johanna van Kleef. Ze overlijdt op 15 januari 1810 te Utrecht.

Bijzonderheden:
Op maart 1796 scheiden Cornelis Jan en Cornelia van tafel en bed, hij laat haar achter in Utrecht en vestigt zijn definitief in Darthuizen.

Kinderen van Cornelis Jan en Cornelia:
Henriëtta Everarda Hillegonda 1779-1837, in  1805 gehuwd met Gerbrand Dr. Elias.
Cornelia Johanna 1782-1842, in  1804 gehuwd met Johan Jhr. Mr. Van Steengracht.
Adriana Meinarda in  1803 gehuwd met Hendrik Willem Jacob Baron Van Tuyll van Serooskerken
Clasina Cornelia 1783-1847, in  1816 gehuwd met Joost Gerard G Baron Taets van Amerongen
Maria Stephania 1785-1826 , in  1808 gehuwd met Johan Willem Baron Huyssen van Kattendijke
Wouter Hendrik 1788-1864, op 6 november 1810 gehuwd met Maria Charlotta Koning (König). Op 24 juli 1824 gehuwd met Wilhelmina Maria Eleonora Koning (König).
Susanna Theodora 1790- , gehuwd met Frederik Baron van Lützow

Cornelis Jan van Nellesteyn, diens echtgenote Cornelia Adriana Maria van Bronckhorst en vijf dochters op de trappen van het kasteel Zuylestein.
Op de achterqrond is de toren van Amerongen geschilderd. Olieverfschilderij van Willem Joseph Laqtry uit 1787. (collectie Gemeente Leersum)

Bijzonderheden:
Cornelis Jan van Nellesteyn stamde uit een typisch Utrechts regentengeslacht, dat al eeuwenlang burgemeesters en Statenleden leverde en door vele familiebanden hecht was ingebed in de regionale bestuurselite. Zijn vader, de advocaat Wouter Hendrik, was maarschalk van Eemland en dijkgraaf in Bunschoten. Hij was getrouwd met Everarda Hillegonda de Beer. Het huwelijk was lange tijd kinderloos gebleven, dus de opluchting was groot toen er in 1759 alsnog een stamhouder werd geboren. Dat blijkt uit de maar liefst elf pagina’s lange Vreugdezang die het echtpaar bij gelegenheid van de geboorte liet publiceren. Als enig kind zal het Cornelis aan niets hebben ontbroken. Anders dan zijn vader en bijvoorbeeld zijn oom Hendrik die lid was van de Staten van Utrecht of een eerdere Cornelis van van Nellesteyn, die vroedschap was geweest van Utrecht, volgde Cornelis Jan na de rechtenstudie die in zijn milieu een vast traject vormde, geen bestuurlijke carrière. Hij kreeg een prebende, een vast inkomen, als kanunnik van Oudmunster en werd regent in enkele Utrechtse liefdadigheidsinstellingen, maar waar voor anderen dat soort baantjes een opstap vormden naar een loopbaan in het lokale en regionale bestuur bleef Cornelis buiten die gremia. Weliswaar bleek hij tijdens de Franse inval lid van de Staten van Utrecht, maar dat was nauwelijks een zware bestuurspost te noemen, omdat de leden slechts enkele malen per jaar bijeenkwamen. Misschien was Van Nellesteyn ook wat temperament betrof ongeschikt voor een openbare functie: een gedicht bij zijn elfde verjaardag spreekt van een ‘coeur docile’. Het kan ook zijn dat hij door de invloed van zijn grootvader zich verre hield van bestuurlijke perikelen. Hendrik van Nellesteyn namelijk was als voorzitter van de Staten van Utrecht in het midden van de achttiende eeuw in vervelende conflicten betrokken geraakt. Aanvankelijk stond Hendrik bekend als een sociaal en maatschappelijk betrokken mens, die vele vergaderingen en bijeenkomsten bezocht, maar toen hij met allerlei politieke ruzies te maken kreeg, trok hij zich nogal plotseling terug op zijn buiten in Jutphaas en liet zich niets meer aan het lokale bestuur gelegen liggen. Dat zette nogal kwaad bloed, omdat de kwesties zich door ontstentenis van de voorzitter extra lang voortsleepten. Die afkeer van politiek geharrewar kan Cornelis Jan met de paplepel van opa hebben binnengekregen. In 1784 en 1785 overleden kort na elkaar Cornelis ouders. Hij bewoonde toen het ouderlijk huis aan de Drift in Utrecht, nr. 25 en dat was het hart van de goede buurt van de stad. Aan de Drift woonden elitefamilies als de Van der Capellens, de Swellengrebels, Rams en Hinlopens. Zijn ouders hoefden zich in ieder geval geen zorgen te maken over de continuïteit van de familie. Cornelis was in 1778 getrouwd en hij en zijn vrouw Cornelia Adriana Maria van Bronkhorst, wier vader burgemeester van Utrecht was geweest, hadden al diverse spruiten op de wereld gezet. Al was Cornelis Jan geen bestuurder geworden, hij verkeerde duidelijk in de juiste kringen. Zo was hij lid van de Utrechtse loge der Vrijmetselaars, waar hij niet alleen zijn buurman op de Drift Daniël de Leeuw, eigenaar van de buitenplaats Oostbroek, ontmoette, maar waarvan ook belangrijke regenten als Van Boetselael Barchman Wuytiers, Van der Muelen en Nepveu lid waren. De loge stond onder leiding van Carl Reinhard van Reede van Amerongen, graaf van Athlone en eigenaar van het nabij Broekhuizen gelegen kasteel Amerongen. Het was mode om de zomers buiten de stinkende stad door te brengen. Veel families beschikten over een eigen buitenplaats en indien dat niet het geval was, kon men een buiten huren. Dat laatste deed ook Cornelis Jan. Nabij Leersum lag het ooit door stadhouder Frederik Hendrik flink uitgebreide kasteel Zuylestein, dat beroemd was om zijn uitgestrekte formele tuinen. Daar brachten de Van Nellesteyns met hun groeiend gezin de zomers door en ze lieten zích zelfs op de trappen van het huis portretteren. Huis en heerlijkheid Zuylestein, waar ook Leersum en Ginkel bij hoorden, waren op dat moment eigendom van Willem van Nassau-Zuylestein, graaf van Rochfort. De eigenaar verbleef  meestal in Engeland en verhuurde zijn Utrechtse buiten. Blijkbaar beviel het de familie Van Nellesteyn zo goed daar aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug, dat zij een eigen pied à terre wilden aanschaffen. Ook de schoonfamilie, de Van Bronkhorsten, bezat in de omgeving de heerlijkheid Darthuizen en dat kan een extra reden zijn geweest voor Cornelis Jan om het kasteel Broekhuizen te kopen.

Bronnen:
1. GenealogieOnLine
2. Hoetwas, 2014, Jg 19, Nr 1, pag 11-12
3. HetUtrechtsArchief
4. RHCzuidoostUtrecht

Na het overlijden in 1810 van Cornelia Adriana Maria van Bronckhorst, zijn 1e vrouw, trouwt hij op 30 april 1812 met Sophia (Fijtje) Schuijlenburg
Ze is in 1787  geboren als dochter  van Hendrik van Schuijlenburg en Jannigje Ederveen
Op 29 november 1824 overlijdt ze te Darthuizen.

Kinderen van Cornelis Jan en Sophia:
Hildegonda Sophia 1812-1833
Alette Everarda 1815 – 1822
Steven 1818 – 1873, in 1844 gehuwd met Alida Hermina van Hees
Johanna Agnes 1821 – 1850 , in  1841 gehuwd met Frederik Willem Georg Graaf van Scheler

Bronnen:
1. GenealogieOnLine
2. KastelenInUtrecht
3.

Bezittingen van Cornelis Jan:
Op 12 januari 1824 verkoopt Cornelis Jan de ridderhofstad met bijbehorende gebouwen en gronden aan zijn zoon Wouter Hendrik. In het buurtschap Darthuizen blijft hij eigenaar van hofstede ‘de Bonen’ met boomgaard. Bij deze hofstede hoort bijna 18 hectare bouwland en 1 hectare bos(strook).

Net over de grens van Darthuizen, in de gemeente Leersum, bezit hij 18 huizen waaronder
Schevichoven, hoeve Middelweg, de graftombe en natuurlijk zijn woonhuis ‘Dartheide’.
Aan gronden bezit hij 54 hectare bouwland, 2,3 hectare weiland, 73 hectare bosch, 1,5 hectare woest land (donkerblauw op de kaart) en een halve hectare heijde. De zichtlaan vanaf kasteel Broekhuizen richting Utrechtse Baan en het oostelijk deel van de Middelweg kon hij tot zijn bezittingen rekenen.