Driften & Kooien

Wat de tabaksschuren waren voor Amerongen, waren de schaapskooien voor Leersum.
De gemeente Leersum kent een rijke geschiedenis als het om schapenhouderij gaat.
In 1824 is er sprake van 41 schaapshokken, -stallen en -kooien in Leersum, Ginkel en Darthuizen. Eeuwenlang graasden schaapskudden op de hoger gelegen heidevelden of op schapendriesten op de lagere gronden. Driesten zijn woeste, nog niet ontgonnen gronden.

Schapendriften
Via de schapendriften brachten de boeren of herders hun schapen, maximaal zo’n 150 tot 200 per kudde, van de schaapskooi op het boerenerf naar de heide en weer terug.
In het huidige stratenpatroon van de gemeente Leersum zijn de oude schapendriften nog altijd te herkennen. In de meeste gevallen eindigden de schapendriften op de heide.


Het verlengde van de Traaiweg (1), de Hoogstraat (2), de Tombelaan (3) en de M.C. Verloopweg (4) zijn restanten van deze paden. In enkele gevallen liep het pad door naar een andere plaats. Voorbeelden hiervan zijn de Maarsbergseweg (5) en de Scherpenzeelseweg (6). Deze driften zijn noord-zuid geörienteerd, van de rijke lage gronden in het zuiden naar de heidevelden op de heuvelrug in het noorden. In de bossen van Darthuizen, oostelijk van de Darthuizerweg, zijn ook nog restanten te vinden van driften. Het zijn paden die lopen van oost naar west. Langs het pad is in het verleden een wal opgeworpen om de schapen in toom te houden.

Mest
In tijden dat er nog geen kunstmest bestond, zorgden de schapen voor mest. Na een dag grazen op de heide dreef de herder de kudde weer terug naar de stal. Pas daar ontlasten de schapen zich van hun mest.  In de potstal ligt de vloer 1 meter lager dan het maaiveld. De mest werd vermengd met plaggen. In één jaar tijd kwam, door voortdurende aanvoer van mest en plaggen, de bodem van de potstal 1 meter omhoog. Dan werd het tijd om dit rijke mengsel af te voeren naar de engen en akkers.

Waar
1. Sommige schaapskooien staan op het erf van een boerderij, in de directe nabijheid van andere onderdelen van het boerderijcomplex, zoals schuren en een hooiberg. Deze erfkooien hadden over het algemeen een diepere fundering hebben, omdat ze bedoeld waren voor mestophoping (potstal).
2. Andere schaapskooien liggen vrij in het veld, tamelijk verafgelegen van de boerderijen in de omgeving. Als enige beschutting is er vaak een bosrand of een rij bomen die het veld afsluit. Rondom het gebouw is nauwelijks sprake van erfinrichting. Deze z.g.n. veldkooien waren alleen bedoeld als overnachtingsplaats voor de schapen die in het veld bleven en hadden dus geen diepere fundering nodig.
3. Ten slotte kan er ook een derde categorie worden aangewezen, namelijk de kooien die weliswaar vrij in een veld liggen, maar wel in de nabijheid van een boerderij.
De schaapskooi ligt bijvoorbeeld op een weiland dat grenst aan het boerenerf.
Vrij naar: Nota schaapskooien

Kooien op de kaart
Met het opnemen van de eerste kadasterkaart, de Minuutplans is iets vreemd aan de hand en dat kan de persoonlijke interpretatie zijn van de opnemer. In Leersum heten de verblijven van de schapen consequent ‘Schapenhok’, in de Ginkel is dat ‘Schaapskooi’ en in Darthuizen werden ze ‘Schapenstal’ genoemd. Hier dekt de naam dus niet de lading. De kaart van Leersum is zeer nauwkeurig opgenomen en ingetekend. In een detailkaart van de Bonen, thans landgoed Darthuizen, zijn de hooibergen weergegeven. De schaapskooien hebben op de kaart hun karakteristieke vorm, een recht vlak met schuine hoeken.

Vorm
Het merendeel van de schaapskooien heeft een rechthoekige plattegrond, waarbij de kopse uiteinden bij de hoeken zijn afgeschuind. De zijgevels zijn zeer laag in verhouding tot het hoge dak. Beide eindgevels hebben in het midden een dubbele toegangsdeur.

Everhard Jans, Jaarboek Monumentenzorg 1996

Ligging
In 1824 liggen de schaapskooien op de rijkere gronden ten zuiden van de Rijksstraatweg en zijn ze te vinden in het buurtschap Ginkel. In Leersum en Darthuizen staan de kooien duidelijk, met hun karakteristieke vorm, ingetekend op de Minuut plans 51). In Ginkel halen we deze informatie uit de bijbehorende OAT’s (tabellen), waar ze vermeld staan als ‘schaapskooij’. Rood zijn de kooien en de zwarte stippen zijn de schapenstallen en hokken.

In 2017 is het beeld totaal verschoven. Bijna alle kooien in het veld zijn verdwenen. De (erf)kooi van de Bonen, thans landgoed Darthuizen, heeft de tijd doorstaan, hoewel een brand in de jaren dertig van de 20e eeuw de kooi is as heeft gelegd, is ze weer opgebouwd. De overige kooien op deze kaart zijn dus na 1824 opgericht, waarschijnlijk ter vervanging van schaapshokken cq stallen. Op een enkele uitzondering na, aan de Bovenhaarweg en aan de rand van het Zuylesteinse bos, zijn de stallen z.g.n. erfkooien. Behalve de kooi aan de rand van het Zuylesteinse bos, hebben ze geen doel meer om schapen te huisvesten.